• De elektrische installatie


  •   
  • FileName: TECH_Samenvatting1.pdf [read-online]
    • Abstract: De elektrische installatieInleidingde regelgeving of wetgeving is opgenomen in A.R.E.I. : Algemeen Reglement op deElektrische Installatie , deze bepaald de reglementen i.v.m. de elektrische installatie vb de

Download the ebook

De elektrische installatie
Inleiding
de regelgeving of wetgeving is opgenomen in A.R.E.I. : Algemeen Reglement op de
Elektrische Installatie , deze bepaald de reglementen i.v.m. de elektrische installatie vb de
dikte van de leidingen, welke zekering op welke leiding
voor men aansluiting krijgt op een elektriciteitsmaatschappij moet men een attest kunnen
voorleggen van een erkende controle-instelling
indeling van de elektrische installatie op 2 manieren
a) in essentie 3 delen:
i. leidingen : buizen, draden of kabels
ii. toestellen : bediening(brengen de stroom naar) en verbruikstoestellen
iii. omhulsels : vormen de behuizing van de toestellen
b) opdelen naar plaatsdelen:
i. inbouwinstallatie: leidingen in de muren
ii. in holle wanden : vb in gyprocwanden
iii. opbouwinstallatie : op de muren
voorafgaande werkzaamheden
1. het plaatsen van een aardingslus
Aardingslus = een aardelektrode in de vorm van een lus
- een massieve geleider met een cirkelvormige doorsnede van 35mm²
- bestaat uit blank of verlood koper
- wordt onder de buitenmuur op de bodem van de funderingssleuf geplaatst en bedekt met
een laag zand alvorens het beton te storten
- verplicht wanneer de funderingssleuf een diepte van 60cm bereikt (vanaf 60cm geen
problemen meer bij vorst en het vriezen van het water)
- uiteinden van de lus eindigen dicht in de buurt van de verdeelkast
Er worden aardelektronen bijgeplaatst en verbonden met de aardingsonderbreker
→ indien de plaatsing van de aardingslus niet kan
→ omdat de fundering onvoldoende diep is
of omdat de spreidingsweerstand (aardingsweerstand) te groot is
Twee soorten aardelektronen:
• een koperen geleider wordt 80cm diep horizontaal in de grond geplaatst en omgeven door
een goed geleidende aarde
• een kruisvormige of ronde aardingsstaaf wordt in de grond gedreven
2. de aansluiting op het net
De energiesteen groepeert de doorgang van alle nutsvoorzieningen door de fundering
- bestaat uit twee maal twee PVC buizen van diameter 60 en 110mm
- wordt vervangen door de energiebocht: bestaat uit 3 buizen van diameter 75mm en 2
van diameter 50mm
- de bovenkant van de bocht of steen moet minstens 60cm onder het definitieve maaiveld
zitten
Elektrische kringen
Een gebouw bevat massa’s contactdozen en verlichtingspunten.
Om het ter beschikking gestelde vermogen zo optimaal te benutten, wordt het net verdeeld
in verschillende stroombanen of kringen waarop verschillende toestellen worden
aangesloten
Een evenwichtige verdeling per baan is dan ook zeer belangrijk
Eisen en aanbevelingen bij het indelen van stroombanen (p.10):
- regels ivm wandcontactdooskringen
o max 8 enkelvoudige of meervoudige wandcontactdozen per kring toegelaten
- regels ivm verlichtingskringen
o max 10 verlichtingstoestellen of verlichtingsgroepen op een kring aangesloten
o twee aan elkaar grenzende ruimten op een verschillende kring aansluiten
- algemene regels
o kring van de badkamer (stopcontact en verlichting) is een afzonderlijke kring
met specifieke beveiliging
o een aantal toestellen kunnen beter op een afzonderlijke kring worden
aangesloten omwille van hun groot vermogen en omwille van de veiligheid en
bedrijfszekerheid
o voorzien in een afzonderlijke reservekring
o niet overal het max toegelaten aantal stopcontacten gebruiken, zo wordt de
flexibiliteit voor de toekomst behouden
elektrische schema’s
het dossier = een verzameling van alle documenten die op eenzelfde installatie betrekking
hebben
is verplicht , ook belangrijke uitbreidingen worden hierin vastgelegd
opgemaakt in 2 exemplaren : 1 voor de eigenaar en 1 voor het controle organisme
het bestaat uit:
• situatieschema = geeft aan hoe de installatie wordt uitgevoerd→ concrete weergave van
de behoeften van de eigenaar
de plaats van alle schakelaars, wandcontactdozen en andere vaste toestellen worden op het
bouwplan aangegeven via symbolen
de stroomkringen en de volgorde van de toestellen worden via een letter en cijfer
aangegeven op het schema
• installatieschema = een situatieschema vervolledigd met de bijbehorende kringen en
plaatsing van de leidingen → niet verplicht
• ééndraadsschema = een overzichtelijk schema dat de structurele opbouw van de
installatie weergeeft; toont de samenhang tussen de kringen en de ≠ schakelingen
• identificatie van de kring (kring) en de elementen ervan (cijfer)
• de leidingtypen
• de doorsnede en aantal geleiders in de kring
• plaatsingswijze
• type + kenmerken van de beveiligingstoestellen op de kring
• schakelaars, contactdozen, lichtpunten,…
• de vast aangesloten toestellen
• stroombaanschema = een verklarend schema, toont nauwkeurig de elektrische werking
van een schakeling → niet verplicht!
vb wisselschakeling, kruisschakeling
• aansluitschema = een schema voor de installateur waarbij de verbindingen van
ingewikkelde toestellen worden aangegeven → niet verplicht!
Soort installatie
Grootheid Symbool Eenheid Symbool
Stroomsterkte I Ampère A
Spanning U Volt V
Weerstand R Ohm
Vermogen P Watt W
Verbruik W Joule J of Ws
Voor de spanning zijn er in principe twee mogelijkheden voor de eindverbruiker:
• éénfasig net: spanning van 230V tussen 2 geleiders, nl nulgeleider en fasedraad
• driefasig net: spanning van 4000V tussen 4 geleiders, nl nul en 3 fasedraden (tussen nul en
fasedraden 230V, tussen de fasedraden zelf 400V)
vermogens bij éénfasige en driefasige aansluiting
vermogen in eenfasig net = P = U x I (bij zuivere ohmse weerstand = weinig voorkomende)
dus => P = U x I x cos φ (bij faseverschuiving)
in een driefasig net = P = U x I x 1,73 (bij een ohmse weerstand)
bij faseverschuiving : P = U x I x 1,73 x cos φ
stroombaanschema’s
a) enkelpolige schakeling
= heeft tot doel een lamp of lampengroep éénpolig te bedienen van op 1 plaats
b) tweepolige of dubbelpolige schakeling
= heeft tot doel een lamp of lampengroep tweepolig te bedienen van op 1 plaats. Hierbij wordt
zowel de fasedraad als de nulgeleider onderbroken
c) enkelpolige wisselschakeling
Een enkelpolige wisselschakeling heeft als doel een lamp of lampengroep enkelpolig te
bedienen van op 2 plaatsen.
Uitzicht in een huis:
Een kruisschakeling
Een kruisschakeling heeft als doel een lamp of lampengroep te bedienen van op drie of
meerdere plaatsen.
3 Wissel Kruis Wissel
4 Wissel Kruis Kruis Wissel
5 Wissel Kruis Kruis Kruis Wissel
Op de tekening zie je de kruisschakeling met 3
Uitzicht in een huis:
Indien er van 4 of meer punten een lamp op lampengroep moet bediend worden kan men
meerdere kruisschakelaars tussenplaatsen. In dit geval gaat men overstappen naar een
impulsschakeling.
De impulsschakeling
Een impulsschakeling wordt gebruikt om een lamp of lampengroep van op meerdere plaatsen
met een drukknop te bedienen.
Schakeling van wandcontactdozen
Alle wandcontactdozen in een kring worden altijd in parallel geplaatst.
Plaatsen van leidingen, schakelaars en wandcontactdozen
Kleuren hebben betekenis
Aarding geel/groen
Nul-geleider blauw
Fasedraad zwart
Speeldraden rood
Voor de plaatsing van de buizen slijpt men de nodige sleuven en doorgangen.
Het trekken van draden in buizen gebeurt dmv. een trekveer. Voor het verbinden van het
toestel laat men een draadreserve van ongeveer 10cm. Aan de verdeelkast voorziet men een
overlengte even groot als de hoogte van de kast.
Inbouwdozen
PVC dozen die in de muur worden gepleisterd en waarop de buisleidingen worden
aangesloten. In deze dozen monteert men de inbouwtoestellen (schakelaars, stopcontacten,…)
Inbouwdozen voor de schakelaars plaatst men:
- langs de slotzijde van de deur
- op hoogt van 1m30, overal even hoog
Inbouwdozen voor stopcontacten plaatst men:
- op hoogte van 15cm
- natte ruimte: 25cm
- in de hoeken van ruimten, of langs deuren (slotzijde)
Maken van verbindingen
De verbinding met de toestellen gebeurt via de voorziene klemmen aan de toestellen na het
afisoleren van de draden.
Voor het verbinden worden klemmen/lasdoppen/aansluitdozen gebruikt.
Plaatsing verdeelkast
De verdeelkast wordt bij voorkeur in een droge ruimte, dicht bij de invoer van de woning
geplaatst. Meestal naast de elektriciteitskast.
Uitrusting van de verdeelkast
Inleiding
De toestellen in de verdeelkast kan men in 3 groepen verdelen:
- personenbeveiliging
- lijnbeveiliging
- comfort en schakeltoestellen
Personenbeveiliging
Elektrische spanning kan voor de mens levensgevaarlijk zijn. Als de stroomsterkte > 0,1A is.
Deze situaties doen zich voor als er een goed contact is met een deel van het lichaam met de
spanningsbron en een ander deel van het lichaam met de aarde.
Welke maatregelen garanderen de veiligheid van de personen:
- isoleren: men isoleert zodanig de installatiematerialen dat de mens niet in aanraking
komt met de geleiders of de onder spanning staande delen.
- Aarden: waar een risico bestaat tot indirecte aanraking van een stroomvoerende
geleider moet men de toestellen aarden. Dit gebeurt door een rechtstreekse verbinding
te maken tussen de toestellen en de aardingslus of aardingsstaaf
- Stroomlekschakelaar of differentieelschakelaar: dit is een actieve beveiliging. De
schakelaar zorgt ervoor dat bij een geringe verlies of foutstroom de installatie wordt
uitgeschakeld. Zie volgende pg. voor uitleg
- Dubbele isolatie: de gehele mantel van het stroomvoerende deel van een toestel in
isolatiemateriaal vervaardigen zodat deze nooit onder spanning komen te staan.
Dergelijke dubbelgeïsoleerde toestellen hebben een vast snoer zonder aarding.
- Gebruik maken van veiligheidsspanning: dit is het omlaag transformeren van een
gevaarlijke spanning naar een ongevaarlijke spanning dmv. transformatoren.
Uitleg stroomlekschakelaar:
Er zijn altijd evenveel windingen!!!
Er ontstaat spanning als het magnetisch veld
niet gelijk is.
Er ontstaat een als het magnetisch magnetisch
veld als het gelijk is (pijltjes bij F en N)
Als het magnetisch veld gelijk is
gebeurt er niets
Als het magnetisch veld ongelijk is
dan is er verlies
Bij een verliesstroom zal de stroomsterkte naar de verbruiker groter zijn dan deze die terug
komt van de verbruiker. Beide stromen zijn dus niet meer gelijk waardoor het magnetisch
veld in de spoelring ook niet meer gelijk zal zijn. Hierdoor zal er een inductiespanning
ontstaan. Deze spanning zal een elektromagneet bekrachtigen die het uitschakelmechanisme
in werking stelt. De stroombaan wordt onderbroken. (p 25)
De 2 meest voorkomende schakelaren zijn:
- 30 mA (voor in de badkamers)
- 300mA (voor algemeen gebruik)
Het aantal en de gevoeligheid van de verliesstroomschakelaars is vooral afhankelijk van de
spreidingsweerstand van de aardelektrode. Hoe hoger de weerstand, hoe meer en hoe
gevoeliger de verliesstroomschakelaars moeten zijn.
Installatie met aardingsweerstand kleiner of gelijk aan 30 Ohm:
- algemene verliesstroomschakelaar van 300mA beveiligt alle kringen.
- Bijkomende verliesstroomschakelaar van 30mA beveiligt:
o Kringen in de badkamer
o Wasmachine
o Linnendroger
o Droogzwierder
o Vaatwas
- Bijkomende verliesstroomschakelaar van 10mA voor de stopcontacten in de badkamer
Installatie met aardingsweerstand groter dan 30 Ohm en kleiner dan 100 Ohm:
- analoog met vorige, maar met meer en gevoeligere verliesstroomschakelaars.
- De hoofdverliesstroomschakelaar wordt verzegeld door erkend organisme
Lijnbeveiliging
De toestellen voor lijnbeveiliging zijn eigenlijk toestellen die de kringen op zich beveiligen.
Ze vormen het zwakste punt uit de kring en onderbreken de kring op een gecontroleerde
manier.
De taak: elektrische installaties beveiligen tegen kortsluiting en overbelasting.
Kortsluiting: krijgen we als 2 stroomvoerende draden in verbinding komen met elkaar, zonder
dat er een verbruiker tussen zit. Bij een bepaalde spanning (U) en een weerstand (R) die zeer
klein is wordt de stroom (I) zeer groot.
Overbelasting: te veel stroom vragen volgens de doorsnede van de leiding. Dit heeft een
temperatuursverhoging tot gevolg.
De elektrische zekering: (werking kunnen uitleggen op EX)
De elektrische zekering vormt een beveiliging tegen overbelasting en kortsluiting.
Smeltzekering een draadje smelt als er een te grote stroomdoorgang doorgaat de
stroomkring wordt onderbroken.
De penautomaat na de wegname van de foutoorzaak, kan de installatie snel opgestart
worden. Het is een kliksysteem.
De modulaire automaat na de wegname van de foutoorzaak, kan de installatie snel
opgestart worden. Het is een kliksysteem.
(De pen en modulaire automaat hebben dezelfde werking, alleen is de plaatsing anders.)
De automatische zekering heeft 2 uitschakelmechanismen het bimetaal en de
elektromagneet. pg 30
De stroom komt aan via de aansluitklem en gaat door het bimetaal. Dan gaat het door een
elektromagneet en via een beweegbaar contact naar de andere aansluitklep. De
bedieningsknop geeft de werkingstoestand aan en kan manueel bediend worden.
Bij overbelasting zal er extra warmte ontwikkeld worden waardoor het bimetaal zal
ombuigen. Wanneer de ombuiging voldoende groot is, zal het bimetaal tegen het
uitschakelmechanisme drukken, waardoor dit de stroom onderbreekt.
Wanneer er door kortsluiting de stroom erg groot wordt zal de elektromagneet, via de zeer
hoge stroom door de spoel, het uitschakelmechanisme in werking laten treden, waardoor dit
de stroom onderbreekt.
De toegelaten stroomsterkte is afhankelijk van de doorsnede van de stroomvoerende
geleiders:
Doorsnede geleider Nominale stroom van Nominale stroom van de Toepassing
de smeltveiligheid meerpolige automatische
schakelaar
1.5 mm² 10A 16A Stopcontact
2.5 mm² 16A 20A Verlichtingskring
Besluit:
1. personenbeveiliging
a) verliesstroomschakelaar : 300 mA voor alles, 30mA voor vochtige ruimte
b) dubbele isolatie
c) aarding
2. lijnbeveiliging
automatische zekering met 2 uitschakelsystemen:
- kortsluiting : 2 draden tegen elkaar = te weinig weertand = PLOTS
- teveel stroom doet 2 bimetalen vervormen = GELEIDELIJK , zekering valt uit
Samenstelling van een standaard verdeelkast
Een voorlopige aansluiting
Verdeelkast bestaat uit:
• een teller (meegeleverd)
• verdeelkast met
- verliesstroomschakelaar 300mA
- driefasige automaat 20 A
- monofasige automaat 20 A
- aardingsklem
• spatwaterdichte driefasig wandcontactdoos
• drietal spatwaterdichte monofasige wandcontactdozen
een standaard verdeelkast
Hoofdelementen Verder nog
1. de bodem op de muur • aardingsrail
2. uitneembaar montageraam met rails • afsluitdeur
3. beschermkap • invoeropening
• isolatiedopjes
• sluitstukken voor de rails
• scharnier
• kwartslagschroeven
Opbouw
1. per buisje dat in de verdeelingskast komt wordt de aardingsdraad naar met de aardingsrail
verbonden. Er zijn evenveel buisjes als er zekeringen zijn. Deze verdwijnt via een
aardingsdraad in de grond.
2. 2 verliesstroomschakelaar :
a. 300 mA voor alles : waar ook de stroom in toekomst
b. 30 mA voor de zekeringen waarvan de kringen in een natte omgeving liggen, de
zekeringen (Q,R,S,T)liggen dan ook naast deze verliesstroom schakelaar.
3. stroom komt toe in de verliesstroomschakelaar van 300 mA
4. elke zekering wordt verbonden met een fasedraad en een nulgeleider aan de ene kant
5. aan de andere kant vertrekken ook zo twee draden die naar de kringen zelf verdwijnen via
de buisjes
Problemen bij oude installaties
• open verdeelkasten met naakte geleiders
• geen verdeelstroomschakelaar/differentieelschakelaar
• geen of slechte aarding
• oude leidingen
• onaangepaste lijnbeveiligingen
Speciale toestellen
Comfort- en schakeltoestellen
- schakelaars : knop die alles af of aan zet vb als men een weekend weg wil
- overspanningbeveiliging en bliksembeveiliging
o overspanningbeveiliging : toestel dat de spanning over een verbruiker bij een
overspanning beperkt. Het beschermt de elektrische installatie
overspanningen worden veroorzaakt door:
• indirecte blikseminslag
• het schakelen van elektromotoren, machines, lastoestellen, …
• manipulaties op het net door energiebedrijven
toestellen gevoelig aan overspanning : TV, medische apparatuur
= deze beveiliging wordt NA de verliesstroomschakelaar geplaatst
- trappenlichtautomaat
= speciale toepassing van impulsschakelaar. Een elektromagnetische schakelaar die op
bevel van een drukknop het licht inschakelt en na een vooraf ingestelde tijd
automatisch uitschakelt.
- Relais en contactoren
• relais : een elektromagnetische bediende schakelaar om stuurkringen van
relatief geringe vermogen in en uit te schakelen
• contactor : is een gelijkaardige elektromagnetische bediende schakelaar die een
vermogekring kan in of uitschakelen
- voorkeurcontactor dubbel-uurtarief
= dit toestel dient om op dagtarief een boiler te laten opwarmen bij uitputting van de
warmwatervoorraad overdag. Beschikt over drie standen:
• 0 : buiten werking tijdens bv lange afwezigheid
• AUT : automatische werking op nachttarief
• I : tijdelijke werking op dagtarief
- Tijdrelais : toestellen die een belasting tijdsduur- afhankelijk aan- of uitschakelen
o Vertraagd bij inschakelen
o Vertraagd bij uitschakelen
o Impulsgever : zolang de stuurkring is ingeschakeld wordt de belasting
alternerend aan en uit geschakeld. Vb waarschuwingslicht bij gevaarlijke
punten.
o Start bij inschakelen, wissen bij uitschakelen
o Starten bij uitschakelen, wissen bij inschakelen
- Transformatoren: geschikt voor het voeden van kringen op lage spanning
Primaire spanning 220V wordt omgezet in secundaire spanning van 8 , 12 of 24 volt.
Toestellen voor energiebeheersing
- voorrangsrealais : biedt de mogelijkheid om, in een installatie met beperkt vermogen
die bij gelijktijdige werking het toegelaten vermogen zouden overschrijden,
afzonderlijk in werking stellen
- schakelklokken
o analoge : wordt het tijdsmechanisme aangedreven door een motor. Aanduiding
dmv cijfers
o digitale schakelklokken : is het tijdsmechanisme een elektronische teller op het
ritme van een onderdeel van een seconde en de tijdsaanduiding gebeurt met
cijfers
- schermschakelaar : een elektronische schakelaar die bediend wordt door de inwerking
van licht op een fotocel: bij daling van lichtintensiteit zal de schemerschakelaar
contact bedienen waardoor het toestel aangeschakeld wordt.
Beschermingsgraden van toestellen
Elektrische toestellen van dezelfde aard kunnen verschillen naargelang:
• indringing van stof
• indringing van vocht
• mechanische stevigheid
waarden vh toestel uitgedrukt in : IP waarde. Op het toestel wordt het aangegeven met
IPXXX (xxx = 3 cijfers)
• X1 = voor de bescherming tegen indringen van vaste stoffen
• X2 = voor de bescherming tegen indringen van een vloeistof
• X3 = of IK voor de schakweerstand
cijfer niet belangrijk? Gewoon X
Bijkomende bescherming in de badkamer
Badkamer deelt men in in 5 volumes (ruimten)
• 0 : het volume in het bad
• 1 : het volumeomhulsel boven het bad
• 1bis : het volume onder het bad
• 2 : het beschermingsvolume
• 3 : de ruimte buiten het beschermingsvolume
algemene eisen:
de verlichting moet steeds tweepolig onderbroken worden
de verlichting en de stopcontacten zitten op 1 kring met een verliesstroomschakelaar
van 30 mA
in zone 0 is niets toegelaten
Elektriciteitstarieven
CREG VREG
Bevoegd door: Bevoegd door :
• transport elektriciteit over • distributie elektriciteit en aardgas
hoogspanningsnet • rationeel energieverbruik REG
• productie elektriciteit • milieuvriendelijke energie
• opslag en vervoer aardgas
• nettotarieven
Marktspeler op de vrije markt
Producten (e) => tranmissiebeheerder Elia
Invoerder (g) => vervoersondernemening Fluxys
Evenwichtverantwoordelijke
Vervoersnetgebruiker
Leverancier Distributiebeheerder
klant
3 systemen:
1. normaal of enkelvoudig systeem
= wordt automatisch toegepast voor alle huishoudelijke installaties
2. tweevoudig systeem
= wordt toegepast in een nacht en dagtarief . Van 21 en 6u en van 22u tot 7u, snachts.
3. uitsluitend nachttarief
= toegepast voor het verbruiken via een speciaal voorbehouden tariefmeter waarop enkel
accumulatieverwarming en waterverwarming op aangesloten is.
De prijs is een samenstelling van een aantal kostprijsbepalende elementen:
• vaste vergoeding
• energieprijs, waarbij een opdeling wordt gemaakt naargelang het jaarlijks verbruik
• kosten distributie en transport
• belastingen en heffingen
Sanitair
1. Inleiding
Water lijkt onuitputtelijk : 70% van de planeet bestaat uit water
Slecht 2,5% = zoet : beperkt gedeelte geschikt voor menselijk gebruik
2. Verbruik, kosten en besparingsmogelijkheden
1) Verbruik
Gemiddeld: 120l per persoon per dag!
Het verbruik van een gezin is afhankelijk van de grootte van het gezin en de gewoontes
2) Kostprijs
De kostprijs van het leidingwater varieert van streek tot streek
Gemiddeld in Vlaanderen: 1,5 euro/m³ + belasting van 0,65 euro/m³
Voor het berekenen van de kostprijs wordt er rekening gehouden met een reeks van
veronderstellingen, deze worden nagezien en eventueel aangepast → zie p.51
3) Besparingsmogelijkheden
Er zijn een aantal besparingsmogelijkheden:
• aanpassen van de gewoontes en bewuster omgaan met water
• gebruik van regenwater → adhv regenwaterinstallatie (voor de wc, wasmachine,
tappunten voor de tuin en schoonmaak en het koude water in de douche/ bad)
• plaatsen van een zuinige wc (besparing van ongeveer 50%)
• plaatsen van een spaardouchekop (besparing van ongeveer 1/3)
• onder controle houden van lekken
3. Installatie voor watertoevoer
1) Aansluiting op het waternet
Via de energiesteen of bocht komt de waterleiding binnen in de woning → is niet gratis!
De meter wordt geplaatst door mensen van de waterleidingmaatschappij
• juist voor de meter wordt door hen een afsluitkraan geplaatst
• na de meter dient er een kogel –of bolkraan geplaatst te worden
• na de teller is het verplicht om een terugslagklep te plaatsen om te voorkomen dat het
water van jouw leidingwater terechtkomt in de algemene waterleiding
2) Materialen
De verbinding gebeurt door lassen, solderen of schroefdraad (met het gebruik van
paardenhaar en vet om een dichting te verkrijgen)
Tegenwoordig wordt er veel gebruik gemaakt van de rode en blauwe kunststofbuizen van het
buis-in-buis type
Voordelen Nadelen
gemakkelijke plaatsing veroudering in functie van de temperatuur en
druk
ongevoeligheid voor kalkaanslag en corrosie → maar de kwaliteit van de buizen is beter
geworden
vervangbaarheid van de buizen
De buizen voor sanitair water zijn speciaal behandeld om de hygiëne te waarborgen van het
drinkwatertransport: ze hebben een grotere wanddikte en zijn niet zuurstofdicht (meestal
VPE-buizen)
3) Plaatsing
Collector = een constructie waaraan de verschillende leidingen worden gekoppeld adhv
persverbindingen (worden bij voorkeur 50cm boven de vloer geplaatst)
Voor gewone aftakleidingen (lavabo, toilet, wasmachine …) worden buizen van diameter
16mm gebruikt. De tappunten hebben verschillende vastgestelde richthoogte boven de vloer
4. Kranen
1) Algemeen
De kwaliteit van de kraan heeft te maken met het binnenwerk of het kraanhuis → zorgt
voor de vermenging van het water en voor het aan –of afsluiten van de kranen
De traditionele kranen werken met een systeem van rubberdichtingen, deze worden meer en
meer vervangen voor kranen met keramische schijven
Door de hendel van de kraan te bewegen schuiven de schijven over elkaar en bepalen zo het
debiet van het koude of warme water
Voordelen van kranen met keramische schijven:
gaan langer mee
lekken minder snel
gemakkelijker qua bediening
modern design
2) Water –en energiebesparende kranen
Mogelijkheden
- een drukverminderaar te plaatsen na de teller
- een perlator (mouserende filter) aan de kraan bevestigen
Het lijkt of er een volle straal uit de kraan komt terwijl het debiet 30% wordt verminderd
Nadelen:
sneller verstoppingen
op het moment dat je snel en veel water nodig hebt, blijft het debiet beperkt
- kranen met 2 standen: een spaarstand met een voldoende maar lager debiet en een stand
met het volledige debiet
Normaal staat de kraan in spaarstand, als je meer water nodig hebt moet je de knop
indrukken
- elektronische kranen → adhv metingen van het aantal tapbeurten kan berekend worden of
de plaatsing van elektronische kranen economisch verantwoord is
Voordelen:
hogere hygiëne omdat men de kraan niet hoeft aan te raken om ze te laten werken
water besparend omdat het water niet kan blijven lopen
3) Thermostatische kranen
Bij deze kranen kan je op voorhand de gewenste temperatuur instellen (zo loop je nooit het
risico dat er te heet water uit de kraan stroomt) = comfortabel en veilig (er zit ook een soort
‘kinder’slot op de kraan)
5. Installatie voor sanitair afvalwater
1) Algemene principes
het regenwater moet gescheiden van het afvalwater worden afgevoerd
men moet zoveel mogelijk regenwater zelf gebruiken
→ zo krijgen de rioolwaterzuiveringsinstallaties (RWZI’s) minder verdund afvalwater
binnen wat hun werking stimuleert
2) Afval van sanitair afvalwater
Adhv sanitaire buizen wordt het afvalwater opgevangen en verzameld voordat
het via de riolering in de straatriolering terechtkomt
Sommige gemeenten voorzien een septische put, andere gemeenten laten het afvoer van het
toilet rechtstreeks in de riolen lopen
Voor de afvoer van afvalwater in een gebouw maakt men enkel nog gebruik van
kunststofbuizen
andere buizen of hulpstukken kunnen gemakkelijk worden aangesloten
ze zijn 100% waterdicht
veel gladder dan de terracottabuizen
tussen de verschillende sanitaire toestellen/ installaties en afvoerbuizen wordt een sifon (=
reukafsluiter geplaatst)
Riolering
Riolering moet ontdubbeld zijn (regenwater en huishoudelijk afvalwater gescheiden)
- Diameter van 100-150-160-meer
- Controleputje met reukslot (tegen de corrosieve dampen ook)
- Terugslagklep (tegen gevaar dat water bij overstroming terug in het huis komt)
Septische put
Verplichting hangt af van de gemeente.
Het afvalwater van de wc’s komt hierin terecht. De vaste bestanddelen gaan boven drijven en
een korst vormen. Door invloed van de bacteriën wordt de korstlaag verteerd en omgezet in
vloeibare bestanddelen. In het bezonken materiaal vindt anaërobe afbraak van organisch
materiaal plaats. Men komt zo tot 50% zuivering.
Vetafscheider
Omdat het soortelijk gewicht van vetten kleiner is dan van het water gaan de vetten
bovendrijven. De stoffen splitsen.
De vetafscheider moet regelmatig geledigd worden.
Gebruik van regenwater
Algemeen
De regenwaterinstallatie
De voorfilter
- Niet-zelfreinigende filterput:
o kleine, ondiepe put met grof geweven zak met grind.
o Regelmatig schoonmaken
- Zelfreinigende filters:
o Putvorm:
als er bladeren blijven liggen weggespoeld door volgende lading water
o Cycloonfilter:
water komt binnen en gaat via de zijkant (zeef) draaiend naar beneden en
wordt weggevoerd.
De overloop van de regenwaterput
De regenwaterput is voorzien van een overloop. Deze overloop treedt bij voorkeur enkele
tientallen keren per jaar in werking (verversing van het water).
De pomp
Verschillende soorten:
Vroeger zuigerpompen via een zuigersmechanisme wordt het water uit de tank gezogen
en in een drukvat geperst.
Nu centrifugaalpomp door de draaiing van het schoepenrad wordt het water naar buiten
geslingerd. Er ontstaat een onderdruk bij de zuigopening en het water wordt daardoor
aangezogen.
Nu Kleiner, maar ook betrouwbaar. In het drukvat zit een luchtkussen en water. De pomp
vult het vat tot er een bepaalde druk si opgebouwd. Als het water wordt gebruikt, stijgt het
luchtvolume en daalt de druk. Als men beneden een bepaalde druk zit wordt het vat terug
aangevuld.
Ook nog de pomp met elektronische sturing maar geen reservoir. Zodra het water wordt
verbruikt daalt de druk en gaat de pomp hierop reageren. De met drukgestuurde pompen zijn
duurder, hebben geen vat, geen of weinig drukverlies en maken minder lawaai.
De vlotterfilter en droogloopbeveiliging
De aanzuigleiding van de pomp mag niet van op de bodem vertrekken. De minimumhoogte
van de aanzuigleiding boven de bodem is nodig om eventueel bezonken slib niet mee te
pompen.
Bijvulsysteem
Als bij langdurige droogte de regenput leeg komt te staan moet je kunnen overschakelen op
leidingwater.
Het is verboden om een vaste verbinding te maken tussen het regenwatersysteem en het
drinkwaternet.
Je kunt een volledige scheiding realiseren door de verschillende aftappunten te voorzien van 2
verschillende leidingen met elk hun kraan. Beter is de regenput bijvullen met leidingwater.
Dit kan manueel of automatisch.
Manueel je moet zelf via een tuinslang de put gaan bijvullen in functie van het verwachte
verbruik. Je kan ook gebruik maken van een tijdschakelaar. Hiermee vermijd je dat de kraan
blijft openstaan en kostbaar leidingwater verloren gaat.
Automatisch de vlotter in de tank stelt een bijvulkraan werking, die de hoeveelheid voor
vb 1 dag aanvult. Ook hier mag er geen rechtstreekse verbinding zijn met het
leidingwaternetwerk.
Plaatsing en materiaal van de put
Meestal kiest men voor een put onder de grond. (of in de kelder). Belangrijk hierbij is:
- Voldoende groot mangat voorzien met kraag en deksel
- De put moet de bovenbelasting kunnen weerstaan
- De put mag niet opdrijven bij hoge waterstand
De put kan uit beton of kunststof bestaan.
Beton moeten benor-goedkeuring hebben, wand en bodem moeten uit 1 stuk zijn.
Kunststof zijn lichter, zonder kraan kunnen plaatsen.
Dimensionering van regenwaterputten
Algemeen
Hoe groter het aangesloten dakoppervlak en hoe groter de put, hoe minder vaak de put moet
bijgevuld worden.
- vanaf dakoppervlakte van 50m² regenput
- per begonnen 20m² minstens 1000l
Dus minimaal al zeker een regenput van 3000l
50 / 20 2.5 wordt 3 3000l
Dimensioneringsmethode
Een regenput wordt gedimensioneerd op basis van het gebruiksdebiet, het dakopp., gemiddeld
percentage van stilstand.
Een regenput die te vaak leeg staat energieverspilling en maakt het water duur
Het dakoppervlak moet men corrigeren met aantal coëfficiënten:
Formule niet kennen, wel uitleggen:
Toevoerend dakoppervlak = horizontaal dakopp. x hellingscoëfficiënt x
dakbedekkingscoëfficiënt x filtercoëfficiënt
Hellingcoëfficiënt = samenspel tussen de helling en de oriëntatie van het dak.
Dakbedekkingcoëfficiënt = is afhankelijk van het type dakbedekking. Vooral bij platte daken
en sterk effect omdat er grote volumes verdampen
Kostprijs voor een regenwaterinstallatie
put: 100 euro
pomp: 375 euro
zelfreinigende voorfilter: 375 euro
leidingen en toebehoren : 250 euro (afhankelijk van het gebouw)
put van 10m² = ongeveer 2000 euro
doorstroomtoestel
zuiniger dan boiler
steeds warm water ter beschikking
max. debiet = 20l/min
modulerende branders voor een variabel debiet
meestal gas of elektriciteit
elektronische ontsteking duurder in aanschaf maar wegens minder verbruik goedkoper op
termijn
risico: atmosferische brander = gebruiken zuurstof uit de omgeving
boiler
voorraadtoestel
grootte afhankelijk van te verwerken verbruik
min 100 l min in woning met douche
min 130 l / min in woning met bad
temperatuur 65°C
temperatuur kan lager maar regelmatig opwarmen is vereist om legionella en andere
bacteriën te voorkomen
afzonderlijke boiler elektrisch:
weerstand in voorraadtank
nachttarief noodzakelijk
uitsluitend nachttarief heeft risico naar een tekort van warm water bij toevallig hoog
verbruik
spaarboiler (tweevoudig tarief) met voorkeurschakelaar
afzonderlijk boiler op aardgas
brander onderaan voorraadtank
kan altijd opwarmen als er nood aan is
elektronische ontsteking is voordeliger op termijn
voordeliger dan elektrisch
combinatie CV en warmwaterbereiding
doorstroomtoestel zowel CV als voor warm tapwater, meestal op aardgas
vloerketels (aardgas of stookolie) worden dikwijls gecombineerd met een boiler via
spiraal warmte wisselaar of tank in tanksysteem
voor de zekerheid : boiler bij CV
De zonnecollector
1. zonnecollector
2. warmtewisselaar
3. zonneopslagtank
4. pomp
5. automatische regelaar
6. sonde 1
7. sonde 2
8. bijverwarming
9. mengkraan
10. teruglooptank
• 1 warmt op (< 5°C valt de pomp stil)
• 4 slaat aan als de temperatuur verschilt van 10° tussen 1 en 3
Wordt bepaalt met 6 en 7. de pomp wordt bedient door 5
• treedt in werking tot het water 60° is
• 9 voor als de temperatuur stijgt, zodat er geen te heet water door de leidingen loopt
• Als de pomp stopt loopt 10 leeg en vult zicht terug op
1m² collector per dagelijks verbruik van 30l warm water
Tank van 50 liter per m² collector
Voor standaardgezin collector van 3 a 4 m² nodig
verwarmingsinstallatie
bepalende factoren voor een gelijkmatige temperatuur
• luchttemperatuur
• relatieve vochtigheid : RV = AV/VV = optimaal = 40-60%
• stralingstemperatuur
• luchtsnelheid
• temperatuursverdeling
warmte transport of verspreiding van energie onder invloed van temperatuursverschil op 3
manieren :
a) geleiding of conductie (door een stof)
b) stroming of convectie (via vloeistof of gas)
c) straling of radiatie (van vlak naar vlak)
Q = U x A x delta T x t (=geleidingsformule)
U = k = transmissiecoëfficiënt
Q = U x A x delta T (vermogenberekeningsformule)
Een stof heeft een bepaalde hoeveelheid warmte en energie inzicht. Door deze stof te
verplaatsen krijgt men ook warmte transport.
Hoeveelheid warmte energie of Q = m x c x delta T
Energieomzetting en rendement
bij elke omzetting is er verlies
bij een omzettingsproces zijn de verliezen gelijk aan het verschil tussen de toegevoegde
energie en de nuttige energie. Het rendement is de verhouding hiertussen
n = nuttig / toegevoegd
richtwaarden
als we een opp van 200m² verwarmen hebben we 20 kW nodig bij K55
verbruik is dan = 100 kWh/m² of 40kWh/m³
bij individueel verwarmen van een lokaal (actief bewonen) moet men de waarden x
1,75 doen
Graaddagen zijn van belang bij het vergelijken van een jaarverbruik. 1 graaddag is er
als de gemiddelde dagtemperatuur 1°C onder het jaargemiddelde ligt. Dat is 15°C. is
het een dag van gemiddeld 7°C dan telt die dag 8 graaddagen.
Standaard telt België 2300 per jaar
Klassieke centrale verwarmingsprincipe
1. ketel
2. brander
3. drukvat
4. veiligheidsklep met drukmeter
5. vulset
6. leidingen
7. driewegkraan
8. pomp
Werking:
de op wekking (omzetting tot) warmte-energie 1-5
het transport van warmte-energie 6-8
de afgifte van de warmte-energie
grootte van de ketel
verbranding werkingstijd tot de referentieperiode = belastingsgraad of benuttingsgraad
optimaal werkt een enkelvoudige ketel best 25 a 30%
vb. 20000 kWh => 1000 uur draaien => stookperiode = 4380 uur/jaar (1/2 van 8760)
1000/4380 = 22% (redelijk goed)
Als we een ketel van 800 Kw moeten steken doen we dat in een Cascade van ketels
plaatsen van 4 x 200 kW, pas alle 4 inschakelen op het drukste moment van het jaar
soorten ketels
• vloer en wandketels
opmars van de wandketels
wandketels vooral aardgas
vloerketels voor grotere vermogens
* open (atmosfericht) * gesloten toestellen : veiliger en beter regelbaar
• hoge rendement ketels en condensatieketels
oude installaties geven maar 60 % rendement meer
actueel gemakkelijk want men probeert meer dan 90% rendement te halen
berekeningen met barema onderwaarde geeft verkeerd beeld
Optimaz : label voor kwaliteit voor stookolieketels. De ketels krijgen dit label pas als hun
rendement hoger ligt dan 91%
HR+ketels = geeft aan dat de aardgasketel voldoet aan de strenge eisen inzake veiligheid
en rendement
HR Top Label = voor condensatieketels. Deze werken via latente warmte. Dit wil zeggen
dat ze een extra hoog rendement halen dankzij de terugwinning van de warmte die nog
aanwezig is in de waterdamp van de verbrandingsgassen
• aardgas of stookolieketel
aardgas is op alles beter maar we moeten toch grondig volgende factoren afwegen voor
we iets ondernemen
verbruik
installatiekosten
milieu
veiligheid
onderhoudskosten
toebehoren
• drukexpansievat : opvang van volume vermeerdering bij verwarming (stikstofkussen)
• overdruk of overstortventiel : beveiliging tegen overdruk (meestal 3 bar) te veel druk =>
veer omhoog => vloeistof eruit
• opslag tank voor:
polyethyleen , metaal of versterkte kunststof (polyester)
meestal ingegraven
o zoja : dubbelzijdige wand tenzij
o polyester
o in kelder die ingekuipt is
sinds 1995 : eisen in VLAREM 2
o verschil (vooral wat betreft data en frequentie van controles) voor particulier
(tot 500l) en professioneel gebruik
o lekdetectie vb door tank onder druk


Use: 0.115